Vanuit Shaxi zetten we onze reis voort richting Lijiang.
Lijiang is volgens onze gids een kleine stad, er wonen namelijk ‘maar’ 1
miljoen mensen… Lijiang ligt op ongeveer 2600 meter en vanuit de stad heb je
uitzicht op de uitlopers van de Himalaya.

De dag starten we met een rondwandeling door Shaxi. Dit dorp
komt uit de Ming-dynastie en is ruim 1300 jaar oud. De volgende stop is bij Duanjiadeng.
Hier bezoeken we een mooi hotel waar we heerlijke Chinese groene thee drinken
en waar Lars & Kai met de eigenaar een potje badminton spelen. Daarna
beginnen we aan een rit van ruim een uur naar Jiàn Chuan. Onderweg rijden we
regelmatig over een stapel graan heen. De boeren leggen dit op de weg, de
auto’s rijden het kapot, zodat het eenvoudiger is om het graan verder te
verwerken.

In Juàn Chuan aangekomen bezoeken we eerst een
houtbewerkingsplaats. Hier wordt nog op traditionele wijze hout gesneden.
Daarna wandelen we naar het ‘restaurant’ voor onze lunch. Een restaurant hier
is niet meer dan een vierkante ruimte. Buiten wordt er gekookt. Wij worden in
de niet-rokers-ruimte gezet. Dit is eigenlijk de voorraadruimte, maar dat mag
de pret niet drukken…

We maken nu ook regelmatig gebruik van de openbare
toiletten. Om jullie een voorstelling hiervan te geven: het is altijd een gat
in de grond. Met een beetje geluk heb je er nog een paar tegels om heen en kan
er doorgespoeld worden. Maar veel vaker zijn er geen tegels en zie je de maden
lopen…

Na de lunch vertrekken we naar Lijiang. Ook hier verblijven
we weer in het oude gedeelte van de stad in een mooi guesthouse.

De volgende dag beginnen we in het bekendste park van
Lijiang: Black Dragon Pool. Na een mooie wandeling door het park (met uitzicht
op de bijna 5600 meter hoge uitlopers van de Himalaya), gaan we fietsen
uitzoeken middenin de stad. Nadat de remmen van de fietsen getest zijn, worden
de fietsen met een busje naar een bergdorp gebracht, waar wij later ook naar
toe zullen gaan. Wij vertrekken eerst naar een Naxi-dorp waar we een
tentoonstelling over dr. Rock hebben bekeken. Daarna met de fietsen de bergaf
richting Baisha. Af en toe gaat het erg hard en moeten we uitkijken voor gaten,
hobbels, graan of sojabonen (dit leggen ze op de weg om te drogen). In Baisha
lopen we door een straatje waar groepjes mannen Mahjong spelen. Middenin het
dorp woont de bekende dokter Ho woont. Hij is een Chinese medicijnenman, maar
aan zijn praktijkruimte te zien is hij wereldberoemd. Er hangen krantenknipsels
uit de hele wereld, waaronder velen uit Nederland. Verder is de muur behangen
met visitekaartjes van iedereen die hem bezoekt. De dokter ziet Lars en Kai en
zegt dat het goed is voor kinderen om te reizen: hun hersenen (kennis) groeien
ervan…

Na de lunch fietsen we verder over het platteland door de
dorpjes Yuhu en Shuhe weer terug naar Lijiang. ’s Avonds eten we op een
gezellig pleintje middenin het oude centrum.

Vanuit Lijiang vertrekken we nog verder de bergen in. Onze
eerste stop is bij de Tiger Leaping Gorge. We maken een wandeling van ruim
anderhalf uur door de kloof. Aan het eind van de kloof is nog een mooie
waterval. Na de wandeling lunchen we in een typisch chinees restaurant. Dit keer worden we in een aparte ruimte gezet
aan een draaitafel. Het eten is heerlijk. Na de lunch beginnen we aan de klim
naar Shangri-La. Dit dorp ligt op 3200 meter hoogte en wordt voornamelijk
bewoond door Tibetanen. En dan zien we om ons heen nog steeds enorm hoge
bergen. We merken dat we hoog zitten en dat de lucht ijl is. Een paar trappen
beklimmen kost nu al wat moeite…

Na het ontbijt vertrekken we de volgende ochtend naar het Songtsam-klooster. Het is een korte wandeling
naar de trappen van de klooster. Onderweg komen we al een aantal Tibetanen
tegen in vrolijk gekleurde traditionele kleding. Na het beklimmen van alle
trappen bezoeken we het klooster en zien een aantal monniken. Na de tempel
vertrekken we door de hooglanden naar een echte Tibetaanse tempel. Op de
hooglanden zien we naast het ons bekende vee heel veel yakken. Een yak is een
soort koe, maar dan met hoorns en lang haar.

De Ringha Tempel ligt boven op een berg op 3500 meter. Het
is een vrolijk geheel door het wapperen van de Tibetaanse gebedsvlaggetjes. Op
deze plek zijn verder geen toeristen, maar worden we onder de voeten gelopen
door berggeiten, varkens en kippen. Eén geit vindt oma Berta niet zo leuk en
bijt haar in de kuit… We dalen af via een trap met daar langs de traditionele
gebedsmolens. Uiteraard draaien wij ze ook allemaal om (het schijnt geluk te brengen…). Terug in het
dorp gaan we op visite bij een Tibetaanse familie. Hier krijgen we
Yakboterthee, yakkaas en tempeh aangeboden. De kaas is wat zurig en wordt met
suiker gegeten, maar haalt het niet bij Nederlandse kaas!

Morgen gaat onze reis verder en vliegen we naar Chengdu. Op naar de panda’s!!

Foto’s kun je weer vinden op: http://wereldreis.mulling.info/#home